Het uitbreken van de Iran-oorlog heeft geleid tot een forse prijsstijging van brandstoffen bij de pomp. In Duitsland is de prijs voor een liter diesel op woensdag in het landelijke dagelijks gemiddelde gestegen tot 2,005 euro. Volgens de ADAC is dit een verhoging van 8,8 cent ten opzichte van de dag ervoor. Ook de benzine Super E10 werd aanzienlijk duurder, met een gemiddelde van 1,935 euro per liter.
Ook in Zuid-Tirol werd de psychologisch belangrijke grens van twee euro doorbroken. Bij tankstations in Bozen, Bruneck en Sterzing werden dieselprijzen tot 2,040 euro geregistreerd. Experts wijten deze stijging aan de onzekerheden op de internationale energiemarkten en de bedreiging van strategische handelsroutes, zoals de Straat van Hormuz.
De Kamer van Arbeid (AK) in Oostenrijk noemde de huidige prijsstijgingen 'onredelijk'. Vooral wordt bekritiseerd dat stijgingen van de ruwe-olieprijzen direct worden doorberekend aan de consumenten, terwijl prijsverlagingen slechts vertraagd bij de automobilisten terechtkomen. Minister van Economische Zaken Katherina Reiche kondigde een kartelrechtelijke controle aan om mogelijke 'afzetterij' tegen te gaan. Minister van Financiën Lars Klingbeil dreigde de aardolieconcernen bovendien met consequenties als zij de crisissituatie zouden gebruiken voor winstmaximalisatie. Ondertussen wijzen economische onderzoeksinstituten de invoering van een nieuwe brandstofkorting af, omdat deze marktsignalen zou vervalsen.