De relatie tussen Oekraïne en Hongarije heeft een nieuw dieptepunt bereikt. Het Oekraïense ministerie van Buitenlandse Zaken beschuldigde de Hongaarse autoriteiten er vrijdag van zeven medewerkers van de staatsbank Oschadbank gegijzeld te hebben en hun geldtransporten in beslag te hebben genomen. De arrestatie vond volgens berichten plaats door een Hongaarse anti-terreureenheid bij een tankstation langs de snelweg. De bankmedewerkers zouden twee geldtransportwagens hebben begeleid, geladen met 40 miljoen Amerikaanse dollar, 35 miljoen euro en negen kilogram goud. De waardevolle spullen waren naar verluidt correct aangegeven en waren afkomstig van een overeenkomst met een Oostenrijkse bank.
De achtergrond van de spanningen is de oliedoorvoer via de Druzhba-pijpleiding, die sinds januari is onderbroken. Terwijl Oekraïne technische schade door Russische aanvallen als reden aanvoert, beschuldigt de Hongaarse premier Viktor Orbán Kiev van politieke chantage. Orbán kondigde aan de ruzie 'met geweld' te willen winnen en blokkeerde al financiële hulp van de EU voor Oekraïne en verdere sanctiepakketten tegen Rusland. De Oekraïense zijde noemde het optreden van Boedapest 'staatsterrorisme' en 'afpersing'.
Hongarije eiste herhaaldelijk een onmiddellijke reparatie van de pijpleiding, wat Oekraïne momenteel als onmogelijk afwijst. De Hongaarse regeringsleider heeft bovendien een eigen onderzoeksmissie bevolen om de schade ter plaatse te controleren, waarvoor echter toestemming van Kiev nodig is.