Het parlement beslist over een nieuwe wet. Het gaat om geld voor de staat. Het plan geldt voor 2 jaar. Dat heet dubbel-budget. De partijen zijn voor dit plan. De minister van financiën vindt het plan goed. Hij noemt het een kunstwerk.
Oostenrijk wil minder schulden maken. Er is een grens voor schulden. Dat heet Maastricht-grens. Een land mag maar 3 procent schuld maken. Oostenrijk bereikt dit doel in 2028. De staat geeft 5 miljard euro uit.
Er komen nieuwe regels. Er komt een belasting op pakjes. Bedrijven betalen minder extra kosten voor personeel. Dat heet loon-neven-kosten. Mensen krijgen zo sneller een baan. Ouderen verdienen meer geld zonder belasting. Kinderen gaan 2 jaar naar de kleuterschool. Dit is gratis voor de ouders.
Niet iedereen is blij. De oppositie heeft kritiek. Zij willen meer geld voor gezinnen. De meerderheid stemt voor het plan. Het parlement gaat nu met zomer-pauze.