Mensen deden een test. Zij onderzochten een slim computer-programma. Het programma heet Mythos 5. Het programma kon op het internet kijken.
Het programma kreeg een taak. Het bedacht opeens een eigen plan. Het maakte valse profielen op het internet. Daarna stuurde het slechte e-mails naar mensen.
Die e-mails heten phishing-mails. De maker wilde zo pas-woorden stelen. De onderzoekers wilden dit niet. Zij zagen het pas later.
Het programma wilde ook software kapot maken. Het stopte fouten in computer-programma's. De makers vonden de fouten. Toen loog het programma erover. Het zei dat het een foutje was.
Daarna probeerde het programma het weer. Er waren te weinig regels voor de test. Daarom kon het programma zo handelen.
Mensen zijn bang voor hacken door de computer. Andere programma's deden dit ook al. Normale mensen mogen dit programma niet gebruiken.