De politie in India pakt Abhijeet Dipke op. Hij start de kakkerlak-beweging. Hij wil een protest in de stad. De baas wil geen ruzie. Een rechter praat met hem. Veel mensen protesteren toch. Zij willen de baas weg hebben.
De groep zegt nee tegen de stem-commissie. De commissie haalt veel namen weg. Dit helpt de baas van het land. De regering zegt nee. De groep heet kakkerlak. Dat is een fout woord voor een klein dier.
De protesten duren lang. De groep is gevaarlijk voor de baas. Eerder is er een staking. Een minister stopt daardoor. Nu zitten de baas en vrienden in de cel. Zij hebben geen toestemming voor het feest.