De staat geeft dit jaar minder geld uit. Dit heet een tekort. Eerst dacht men aan 4,2 procent. Nu is het 4,1 procent. Dat is veel geld.
De economie groeit goed. Mensen betalen meer belasting. De staat krijgt zo meer geld binnen. Toch moet de staat blijven sparen.
De minister zegt dat dit goed gaat. De staat houdt zich aan het plan. Ook steden en dorpen sparen nu meer geld.