In de nacht op zondag was Oekraïne opnieuw het doelwit van grootschalige Russische luchtaanvallen. Volgens president Wolodymyr Zelenskyj zijn daarbij minstens twee mensen omgekomen en tientallen anderen gewond geraakt. Rusland zou voor de aanvallen meer dan 200 drones hebben ingezet. Vooral de regio's Soemy, Charkiv, Dnipropetrovsk, Zaporizja, Chmelnytsky en Odessa waren getroffen.
In Charkiv leidde een drone-inslag in een woongebouw tot de dood van een 20-jarige vrouw. In de regio Soemy raakten bij aanvallen met 'glijbommen' meerdere mensen gewond, waaronder een zevenjarig kind. De aanvallen waren opnieuw massaal gericht op de energie-infrastructuur, wat in combinatie met een recente koudegolf leidde tot stroom- en verwarmingsuitval. In Kiev werd vanwege de slechte watervoorziening de sluiting van alle scholen tot begin februari aangekondigd.
President Zelenskyj benadrukte de dringendheid van verdere militaire steun van westerse bondgenoten. Hij gaf aan dat alleen al in de afgelopen week meer dan 1.300 drones en zo'n 1.050 glijbommen op Oekraïense doelen waren ingezet. De huidige escalatie vindt tegelijk plaats met diplomatieke inspanningen in de VS, waar Oekraïense onderhandelaars overleggen over een mogelijke beëindiging van het bijna vierjarige conflict.