De militaire botsing tussen de Verenigde Staten, Israël en Iran is op dinsdag sterk toegenomen. De Amerikaanse president Donald Trump zei dat het 'te laat' was voor gesprekken met de Iraanse leiders. Het doel van de gezamenlijke militaire acties is om de machtsstructuren van de Islamitische Republiek te vernietigen. Volgens berichten zijn commandocentra van de Revolutionaire Garde ('Pasdaran') en gebouwen van de Raad van Experts in Teheran geraakt.
Daarnaast breidde de Israëlische luchtmacht de aanvallen uit naar Libanon om de infrastructuur van Hezbollah te vernietigen. Daarbij kwamen ook doelen in de hoofdstad Beiroet en in het zuiden van het land onder vuur te liggen. Dit dreef tienduizenden mensen op de vlucht. De Internationale Organisatie voor Atoomenergie (IAEA) bevestigde ook schade aan de nucleaire installatie in Natanz, maar benadrukte dat er geen verhoogde radioactiviteit was gemeten. In Iran zelf wordt gesproken over honderden doden en veel gewonden.
In Duitsland leidde de situatie tot politieke discussies. Vertegenwoordigers van de SPD-fractie spraken van een mogelijke schending van het internationaal recht en waarschuwden voor een onbeheersbare escalatie in de regio. Tegelijkertijd wijzen waarnemers op de economische gevolgen, omdat Qatar, een belangrijke gasleverancier, niet meer leveren kan door blokkades in de Perzische Golf. In Teheran en andere steden neemt ook de onderdrukking van politieke gevangenen toe, terwijl de internationale gemeenschap met bezorgdheid kijkt naar de dreigende uitbreiding van het conflict naar andere Golfstaten.