Minder kinderen in Europa hebben geen prik. Dat zeggen de WHO en UNICEF. Bij de WHO horen 53 landen. De Turkije en Israël horen daar ook bij. 566.000 kinderen hebben nu geen bescherming. Dat zijn 43.000 kinderen minder dan vorig jaar. Veel kinderen zonder prik wonen in Kazachstan en Turkije. Ook in Groot-Brittannië wonen er veel.
Sommige kinderen hebben maar een deel van de prikken. Dat heet onvolledige bescherming. In Oostenrijk gaat het goed. 95 procent van de baby's krijgt de eerste prik tegen mazelen. Dat is een goed cijfer. De tweede prik ontbreekt vaak. Slechts 84 procent krijgt deze prik. Dat is te weinig voor goede bescherming.
Deskundigen maken zich zorgen. In oorlogsgebieden zijn vaak geen prik-programma's. Er is ook te weinig geld voor hulp. Foute informatie is ook een probleem. Sommige mensen geloven in gevaren van prikken. Maar de WHO zegt: Prikken redden veel levens. In 50 jaar tijd redden ze 150 miljoen mensen.