De raad van VW kiest voor een plan. Alle mensen stemmen voor dit plan. Het plan redt het bedrijf. VW verdient nu te weinig geld.
Dit plan kost veel banen. Ongeveer 50000 banen gaan weg. Dat raakt ook de bazen. Veel fabrieken hebben geen werk meer.
De baas van VW zegt ja tegen dit plan. Hij wil heel veel geld steken in VW. Zo werkt VW weer goed. De stemming was eerst heel slecht.