In de Islamitische Republiek Iran heeft de staatsmacht met enorm geweld gereageerd op de landelijke protesten die sinds eind december 2025 gaande waren. Berichten zeggen dat de opstanden, die begonnen door economische problemen en onvrede over politiek, grotendeels zijn neergeslagen. Mensenrechtenorganisaties schatten dat er duizenden doden zijn gevallen. Dit is moeilijk te controleren omdat er een landelijke blokkade van het internet is, die mogelijk tot maart kan duren.
Vooral schokkend waren berichten dat de Iraanse autoriteiten van nabestaanden van gedode demonstranten geld vragen om de lichamen vrij te geven voor begrafenissen. De gevraagde bedragen zouden oplopen tot 7.000 Amerikaanse dollar. Dit is veel meer dan een gemiddeld maandsalaris in Iran. In sommige gevallen werd families aangeboden om de kosten kwijt te schelden, als ze hun dode familieleden ten onrechte zouden omschrijven als 'martelaren' die trouw waren aan de regering.
Op diplomatiek vlak heeft de Russische president Vladimir Poetin in een telefoongesprek met de Israëlische premier Benjamin Netanyahu laten weten dat Moskou bereid is te bemiddelen. Ook Zwitserland bood aan om te helpen de spanningen te verminderen. Ondertussen maken Iraanse ballingen in Duitsland zich grote zorgen; velen zijn bang voor represailles tegen familieleden die nog in Iran wonen. De Amerikaanse president Donald Trump dreigde herhaaldelijk met gevolgen vanwege het geweld en benadrukte dat alle opties openstonden om de demonstranten te beschermen.