Ondanks een bevolking van ongeveer 450 miljoen mensen en een aanzienlijke economische prestatie, staat de Europese Unie voor een structurele afhankelijkheid van de Verenigde Staten. In belangrijke sectoren zoals defensie, financiën en digitale infrastructuur hebben de VS aanzienlijke invloed. De Europese defensiecapaciteit is momenteel nauwelijks denkbaar zonder Amerikaanse steun op het gebied van inlichtingen en nucleaire afschrikking. Ook in de digitale ruimte domineren Amerikaanse bedrijven de waardeketen bij 'cloud-diensten' en kunstmatige intelligentie, wat Europa voornamelijk in de rol van consument duwt.
Tegelijkertijd analyseren economen zoals 'David McWilliams' het fundamentele belang van geld voor de menselijke beschaving. In zijn werk beschrijft hij geld niet alleen als ruilmiddel, maar als een sociale katalysator die samenlevingen kan vormen of bij instabiliteit kan doen instorten. Dit historische perspectief wordt aangevuld met terugblikken op de invoering van eurobankbiljetten, die met de zogenaamde 'starterkits' in 2001 een historische ommekeer in de Europese valutastructuur markeerde.
Voor 'Duitsland' schetst zich intussen een gemengd beeld. Terwijl Amerikaanse economen zoals 'Kenneth Rogoff' waarschuwen voor economische achteruitgang en aandringen op hervormingen bij bureaucratie en energieprijzen, wordt het fundamentele vermogen van de Duitse industrie nog steeds als robuust beschouwd. Desondanks verhogen de trans-Atlantische blokvorming en technologische afhankelijkheden de druk op de Europese politiek om een zelfstandige 'strategische autonomie' te ontwikkelen.