De Oostenrijkse minister van Binnenlandse Zaken, Gerhard Karner (VP), wil zo snel mogelijk werk maken van de oprichting van zogeheten 'terugkeercentra' buiten de Europese Unie. Tijdens een bijeenkomst van EU-ministers van Binnenlandse Zaken in Brussel hebben Oostenrijk, samen met Duitsland, Nederland, Denemarken en Griekenland, een concrete routekaart voor dit plan afgesproken. Het doel van dit initiatief is om uitzettingen efficiënter te maken en personen die moeten vertrekken, maar niet direct naar hun herkomstland kunnen worden overgebracht, in derde landen te huisvesten.
Karner benadrukte dat hij zo snel mogelijk naar de operationele fase wil overgaan. De betrokken landen, die zichzelf de 'Groep van Uitvoerders' noemen, zien deze centra als een middel om de prikkels om naar Europa te komen te verminderen en het verdienmodel van mensensmokkelaars te ondermijnen. Hoewel de juridische kaders op Europees niveau worden gecreëerd door het EU-asiel- en migratiepact, bleef de vermelding van concrete partnerlanden voor deze locaties vooralsnog achterwege. In vakgebieden en media wordt echter gespeculeerd over mogelijke samenwerkingen met landen in Noord-Afrika, Centraal-Azië of Oost-Afrika.
Het project roept gemengde reacties op. Critici en mensenrechtenorganisaties uitten hun zorgen over de naleving van internationale normen in de geplande derde landen. De minister van Binnenlandse Zaken voerde daartegen aan dat de migratietransformatie consequent moet worden doorgevoerd om de nationale asielsystemen te ontlasten. De Europese Commissie heeft al aangegeven de juridische mogelijkheden voor dergelijke 'Return Hubs' te zullen steunen binnen het kader van de nieuwe wetgeving.