In een hoofdelijke stemming heeft de Duitse Bondsdag op donderdag de omvorming van het 'Bürgergeld' naar een nieuwe basisuitkering aangenomen. De wet, die vanaf 1 juli 2026 stapsgewijs van kracht wordt, markeert een belangrijke ommekeer in het Duitse sociale beleid. De federale regering reageert hiermee op de gespannen begrotingssituatie en het doel om mensen die kunnen werken sneller op de arbeidsmarkt te krijgen.
De kernpunten van de hervorming zijn strengere plichten om mee te werken en een uitgebreider sanctiesysteem. Wie redelijke arbeidsaanbiedingen of scholingsmaatregelen weigert, riskeert voortaan onmiddellijke verlaging van de basisuitkering met 30 procent voor drie maanden. Vooral ingrijpend zijn de regels bij het niet nakomen van afspraken: na de derde gemiste afspraak bij het Jobcenter kan een volledige stopzetting van de uitkering volgen, wat in de maand daarna ook de kosten voor huisvesting en verwarming kan raken. De Jobcenters krijgen ook de bevoegdheid om bij herhaalde afwezigheid medische attesten op te vragen.
De coalitie van Unie en SPD verdedigde de nieuwe regeling als een noodzakelijke balans tussen solidariteit en eigen verantwoordelijkheid. Terwijl de Unie het einde van het 'Bürgergeld' vierde als de vervulling van een centrale belofte, benadrukten vertegenwoordigers van de SPD dat beschermingsmechanismen voor gezinnen met kinderen en hardheidsclausules op gespannen woningmarkten behouden bleven. Kritiek kwam van Die Linke en de Groenen, die waarschuwden voor sociale achteruitgang en stigmatisering van de getroffenen. De nieuwe regeling voorziet er ook in dat vluchtelingen uit Oekraïne vanaf 1 april 2025 na binnenkomst uitkeringen ontvangen volgens de 'Asylbewerberleistungsgesetz'.