Het recente conflict in het Midden-Oosten heeft geleid tot een forse prijsstijging aan de pomp in Midden-Europa. In Zuid-Tirol en delen van Duitsland is de grens van twee euro per liter diesel al overschreden. Deze ontwikkeling heeft een intens politiek debat op gang gebracht over overheidsmaatregelen en de rechtmatigheid van de prijssprongen.
De Oostenrijkse minister van Economie, Wolfgang Hattmannsdorfer, heeft een uitbreiding van de brandstofprijsanalyse bevolen. Er moet worden onderzocht of de olieconcerns de gestegen ruwe-olieprijzen eerlijk doorberekenen, of dat de huidige geopolitieke situatie wordt misbruikt voor buitensporige margenverhogingen. Ook in Duitsland kondigde minister van Economie Katherina Reiche een kartellrechtelijke toetsing aan om mogelijke marktmanipulatie uit te sluiten. Minister van Financiën Lars Klingbeil waarschuwde de sector tegen het misbruiken van de crisissituatie.
Terwijl automobielclubs zoals de ARBÖ pleiten voor een door de overheid ingesteld prijsplafond, wijst de Duitse federale regering een nieuwe tankkorting, zoals in 2022, vooralsnog af. Bedrijfsverenigingen dringen daarentegen aan op hervormingen op de lange termijn om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen en de economie structureel te ontlasten. De CDU pleit ondertussen voor een flexibele verlaging van de brandstofbelasting als extreme prijsniveaus worden bereikt. Experts waarschuwen dat als de crisis in Iran aanhoudt en belangrijke handelsroutes zoals de Straat van Hormuz geblokkeerd raken, er een verdere inflatiespiraal kan ontstaan die ook de voedselprijzen zal treffen.